Hoe kunnen we uw bedrijf helpen groeien?

Voor gefundeerd bedrijfseconomisch advies en fiscale expertise. Dat is waar we uw bedrijf mee helpen groeien. Van start tot overdracht. 

Accountancy

ACCOUNTANCY

Uw accountant is in de eerste plaats een vertrouwenspersoon. De informatie die u hem of haar toevertrouwt is immers per definitie confidentieel.

Fiscaliteit

FISCALITEIT

De basisopdracht van uw belastingconsulent is om u doorheen het bos van fiscale maatregelen de bomen te laten zien.

Juridisch

JURIDISCH

Vanuit zijn breed perspectief en ruime ervaring in diverse ondernemingen en sectoren is uw accountant een dankbaar klankbord.

Trapwijs gestapelde blokken

ABM versterkt uw groei

Voor gefundeerd bedrijfseconomisch advies en fiscale expertise. Dat is waar we uw bedrijf mee helpen groeien. Van start tot overdracht. En dat is precies waarin we voor meer dan 90% van onze klanten echt het verschil maken. Als accountants en belastingconsulenten, maar meer nog als een partner die zich inleeft in uw verhaal, die inzichten met u deelt en die u helpt om de juiste beslissingen te nemen.

Quick access

Collega's ABM Accountants
Tekstbalonnen

VERTEL ONS UW VERHAAL

Want vertellen alleen al brengt nieuwe inzichten. Automatisch. En daar pikken wij graag op in. Maak een afspraak.

Team ABM
Blad papier en balpen

UW DOSSIER BIJ ABM

ABM stelt u al uw documenten 24/7 ter beschikking in een overzichtelijk dossier. Klik hier om in te loggen.

Collega's ABM Accountants
Zoekfunctie

SNEL OPZOEKEN

Snel een BTW-nummer opzoeken, een loonberekening maken of bedrijfsinformatie raadplegen?

Testimonials

Nieuws

ABM logo tekst

Kunnen bestuurders failliet verklaard worden?

29.07.2022

Op 18 maart 2022 besliste het Hof van Cassatie dat bestuurders niet failliet verklaard kunnen worden. Zij vallen onder het regime van de collectieve schuldenregeling. Het arrest was een verrassing voor menig jurist en heeft belangrijke gevolgen. Feiten. Het ging hier om de zaakvoerder van een vastgoedvennootschap. De man is gepensioneerd en door gezondheidsproblemen moet hij zijn activiteiten stopzetten. Naast zijn pensioen blijft hij nog bescheiden huurinkomsten ontvangen via de verhuring van eigendommen van het bedrijf. Op 18 juli 2019 wordt hij onder bewind gesteld en op 17 november 2019 legt zijn voorlopig bewindvoerder in het centraal solvabiliteitsregister twee faillissementen neer, één op naam van de vennootschap en één op naam van de zaakvoerder. In eerste aanleg bevestigt de ondernemingsrechtbank het faillissement van de vennootschap, maar de rechter weigert het faillissement van de zaakvoerder, omdat de zaakvoerder geen onderneming is.Ook het Hof van Beroep van Bergen komt tot die conclusie. Wanneer is er sprake van een onderneming? . Alleen ondernemingen kunnen failliet verklaard worden. De vraag is dus wat een onderneming is. De definitie van onderneming vinden we terug in artikel I.1, 1°, a), van het Wetboek van economisch recht: Behoudens andersluidende bepaling (...) wordt voor de toepassing van dit Wetboek verstaan onder :1° “ onderneming : elk van volgende organisaties :(a) iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent;(b) iedere rechtspersoon;(c) iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid. Het hof leidt daaruit af dat een natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent een onderneming kan zijn als er sprake is van een ‘organisatie’.  Het klopt dat er een vermoeden bestaat dat een bestuurder/zaakvoerder een zelfstandige activiteit uitoefent. Maar het hof verwijst ook naar andere regelgeving, waaronder rechtspraak van het Europees Hof van Justitie, waar het statuut van zelfstandige niet werd toegekend aan een bestuurder die geen enkele verantwoordelijkheid droeg voor de handelingen van zijn vennootschap. Het Europese hof benadrukte daarbij het onderscheid tussen de vennootschap en de organen van de vennootschap op het gebied van aansprakelijkheid. Het vermoeden leidt dus niet tot een automatische toekenning van het statuut van onderneming. Een ander element dat het hof van beroep aanhaalt is de regel dat er maar een zelfstandige activiteit kan zijn als er sprake is van de regelmatige uitoefening van een activiteit met het oog op het verkrijgen van inkomsten. Het hof concludeert daaruit dat een onderneming minder wordt gekenmerkt door haar activiteiten of doel dan door zijn organisatie, en meer bepaald door de manier waarop de materiële, financiële en personele middelen zijn geregeld. Het enkele feit dat een natuurlijke persoon een mandaat als zaakvoerder of bestuurder uitoefent, vergt op zich geen specifieke organisatie: de hele organisatie is verbonden met de vennootschap.  Rekening houdende met de concrete situatie - het beperkte inkomen als zelfstandige, geen bewijs van de omvang van de beroepsactiviteit, geen boekhoudkundige documenten, stopzetting van de activiteit …- concludeert het hof dat de zaakvoerder niet aantoont dat er in dit geval een specifieke organisatie bestaat die is opgericht om zijn beroepsactiviteit uit te oefenen. Belang. Het feit dat een bestuurder niet failliet verklaard zou kunnen worden, heeft toch wel gevolgen. Als een faillissementsprocedure wordt doorlopen, eindigt die procedure normaliter met een kwijtschelding van de nog openstaande schulden. Dat maakt een doorstart of herstart met schone lei mogelijk. Immers, inkomsten verworven na de faling, vallen buiten het faillissement, zodat de schuldeisers er geen beslag meer kunnen op leggen. De tegenhanger van het faillissement voor de ondernemingen is de collectieve schuldenregeling. Particulieren die hun schulden niet meer kunnen betalen, kunnen op die regeling een beroep doen. In dat geval krijgen zij bijstand om hun vermogen te gebruiken om de nog openstaande schulden te kunnen delgen. De inkomsten van de betrokken personen - ook de toekomstige - worden afgeroomd om de schulden te betalen. Het is eerder uitzonderlijk dat een rechter beslist tot kwijtschelding van de openstaande schulden. Hof van Cassatie . Tegen de beslissing van het Hof van Beroep van Bergen wordt cassatie aangetekend. Voor Cassatie stelt de zaakvoerder dat een beroepsactiviteit omschreven moet worden als: elke gebruikelijke activiteit die inkomsten genereert, waarbij het criterium van continuïteit en duurzaamheid doorslaggevend is.De functie van zaakvoerder van een vennootschap impliceert duurzaamheid en bestaat uit het verlenen van diensten die een economische werkzaamheid vormen. Als die diensten onafhankelijk worden geleverd, door een natuurlijke persoon, dan is die persoon op zichzelf een ‘organisatie’ in de zin van artikel I.1, 1°, a), van het Wetboek van economisch recht. Maar het Hof volgt de visie van het Hof van Beroep van Bergen: er kan maar sprake zijn van een onderneming als er een organisatie is. En een organisatie impliceert een regeling van materiële, financiële of persoonlijke middelen voor de uitoefening van een professionele activiteit op onafhankelijke basis. Het Hof van Bergen concludeerde dat de zaakvoerder die organisatie niet had. Cassatie besluit dat het Bergense hof de wet correct heeft toegepast. Rechtsleer verbaasd . In de juridische wereld is deze beslissing met enige verrassing onthaald. Het gevaar bestaat namelijk dat er voortaan eerst gediscussieerd moet worden over de vraag of een zelfstandige (al dan niet zaakvoerder) zich voldoende georganiseerd heeft om als een onderneming beschouwd te kunnen worden. Vooral voor bestuurders kan dit een moeilijk verhaal worden. Want hoeveel organisatie heeft u nodig om bestuurder te kunnen zijn?

Lees meer
ABM logo tekst

Co-ouderschap: vermindering van onroerende voorheffing voor kinderen ten laste

25.07.2022

Wie minstens 2 kinderen ten laste heeft kan per kind een vermindering van 10% van de onroerende voorheffing genieten. Maar hoe bereken je het aantal kinderen ten laste bij co-ouderschap? De oplossing van het Vlaamse gewest is alvast niet de goede oplossing, want die werd door het Grondwettelijk Hof vernietigd. Van de federale overheid naar de gewesten. Sinds jaar en dag bestaat er voor particulieren die in hun eigen woning wonen, een vermindering van onroerende voorheffing voor kinderen ten laste. Wie op 1 januari van het aanslagjaar minstens 2 kinderen ten laste heeft, kan een vermindering krijgen van 10% per kind. Een gehandicapt kind wordt steeds voor 2 kinderen geteld. Intussen is die onroerende voorheffing een gewestmaterie geworden en die gewesten hebben er elk hun eigen versie van gemaakt. Waals Gewest. Het Waalse gewest veranderde aanvankelijk niets aan zijn regime, zodat de regel van 10% per kind, vanaf twee kinderen ten laste daar bleef gelden. Maar de belastingadministratie werd ook daar geconfronteerd met het regime van het co-ouderschap: de ouders gaan uit elkaar en in plaats van een bezoekrecht voor de ene, en een vergoeding voor de andere ouder, besluiten ze om de kinderen afwisselend bij te houden. Vaak fifty-fifty, voor telkens één week. Wie heeft er in zo’n situatie de kinderen ten laste? In het Waalse gewest ging men dan gewoon kijken naar de domiciliëring. De ouder bij wie de kinderen hun adres hadden, kreeg de volledige vermindering. De andere ouder kreeg helemaal niets.  In 2011 besliste het Grondwettelijk Hof dat dit niet kon. Het is niet omdat de kinderen niet gedomicilieerd zijn bij een ouder, dat zij niet ten laste van die ouder kunnen zijn. Als de ouders op gelijke wijze instaan voor hun kinderen en zij allebei de kinderen werkelijk en op gelijkmatig verdeelde wijze huisvesten, moet het voordeel van de vermindering aan beide ouders toegekend worden.  De vermindering van onroerende voorheffing bedraagt nu 125 euro in het Waalse gewest als u 2 of meer kinderen ten laste heeft. En u moet die vermindering zelf aanvragen. In uw aanvraag moet u aanduiden of er al dan niet sprake is van alternerende huisvesting. Als dat zo is, wordt de vermindering netjes in twee verdeeld. Brussels Hoofdstedelijk Gewest . In het Brussels gewest werden de regels op de onroerende voorheffing hervormd in 2018. Net als voorheen genieten gezinnen met 2 of meer kinderen een vermindering van onroerende voorheffing van 10% per kind. Maar bij de hervorming werd de problematiek van het co-ouderschap meegenomen: er geldt een vermoeden dat de kinderen ten laste zijn van de ouder of van het gezin waar ze gedomicilieerd zijn. De toekenning van de vermindering is wel afhankelijk van de periode waarin de betrokken ouder het kind ook effectief huisvest. In tegenstelling tot het Waalse gewest is er geen sprake van een 50/50-verdeling, maar van een proportionele verdeling. De (in Brussel gehuisveste) ouder die het kind opvangt, maar geen vermindering krijgt, moet vóór 31 maart van het aanslagjaar een aanvraag indienen.  Vlaams Gewest. Tot nu bleef het Vlaamse gewest vasthouden aan de toekenning van de vermindering van onroerende voorheffing aan de ouder die ook de kinderbijslag ontvangt. Het grote voordeel is dat die vermindering dan automatisch kan worden toegekend. Maar het Vlaamse Gewest biedt niet de mogelijkheid om daarvan af te wijken en het Grondwettelijk Hof heeft nu laten verstaan dat dat niet kan. Het Vlaamse gewest argumenteerde dat een persoon maar één hoofdverblijfplaats kan hebben, dat kinderen dus slechts bij één ouder gedomicilieerd kunnen zijn en dat de automatische toekenning van de vermindering van onroerende voorheffing geen andere mogelijkheid laat. Het is aan de ouders om concrete afspraken te maken over de verdeling van het voordeel van de vermindering in het kader van hun scheiding, aldus het Vlaamse gewest. Maar het Hof verwijst naar eerdere arresten waarin het het Waalse en Brusselse gewest op de vingers tikte. De argumenten van de Vlaamse regering – automatisatie en efficiënte controle – zijn onvoldoende om een onderscheid te maken tussen de ouder waar de kinderen gedomicilieerd zijn en de ouder die de kinderen in het kader van co-ouderschap ook huisvest, zonder dat er sprake is van domiciliëring. De Vlaamse wetgever moet dus aan de slag. Wellicht gaat het in de richting van een bezwaarschrift of een aparte aanvraagprocedure waarin de belastingplichtige dan moet aantonen dat er een gelijkmatige huisvesting is. Of het een 50/50-verdeling wordt of een zuiver proportionele verdeling... dat zal nog moeten blijken. Door het arrest van het Grondwettelijk Hof zou u in theorie nog de vermindering van onroerende voorheffing over 2018 kunnen vragen. Maar weinigen zullen dat doen, want de ex-partner zal dan ongetwijfeld de rekening gepresenteerd krijgen. Maar als u ooit zou overwegen om uw gezin (met 2 of meer kinderen) te verlaten én daarbij ook de gewestgrens over te steken, huurt u maar beter een belastingconsulent in!

Lees meer
ABM logo tekst

Kan de fiscus dezelfde feiten twee keer sanctioneren?

11.07.2022

Overtredingen kunnen bestraft worden met administratieve of strafrechtelijke sancties, en soms zelfs met beide tegelijk. Maar eenzelfde fiscale overtreding twee keer bestraffen, dat mag niet... Of toch? Non bis in idem. Niemand kan twee keer gestraft worden voor eenzelfde feit. Dat is een algemeen rechtsbeginsel, dat niet alleen in onze Belgische nationale wetgeving vervat zit, maar bijvoorbeeld ook in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (het EVRM).  Het begrip ‘straf’ heeft daar trouwens een ruime invulling gekregen: er wordt gekeken naar de ernst van de sanctie, niet naar wie de sanctie oplegt. De fiscus legt in principe administratieve sancties op. Alleen de strafrechter kan strafrechtelijke sancties opleggen. Maar dat onderscheid valt weg voor het EVRM. Als de sanctie ernstig genoeg is, is ze strafrechtelijk. Ook als ze door een belastingadministratie wordt opgelegd. U zou dus kunnen concluderen dat als een belastingplichtige door de fiscus beboet wordt wegens fraude, een strafrechter er eigenlijk geen strafrechtelijke sanctie meer kan aan toevoegen. Strafrechtelijk na fiscaal . Maar in 2016 nuanceerde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) dat principe in fiscale zaken. Volgens het Hof kunnen een administratieve sanctie (met een strafrechtelijk karakter) én een straf (uitgesproken door de strafrechter) wel degelijk samen toegepast worden als de twee samen een coherent geheel van bestraffing vormen.  De twee sanctiesystemen moeten daartoe ‘substantieel’ en ‘temporeel’ nauw met elkaar verbonden zijn én ze moeten ‘complementaire doelen nastreven’. In België werden deze principes in 2019 in onze wetgeving opgenomen: de Belgische strafrechter mag dus nog straffen opleggen, ook als de fiscus al sancties heeft opgelegd, maar bij de bepaling van de strafmaat moet de rechter rekening houden met de eerder opgelegde geldboetes en belastingverhogingen. Fiscaal na fiscaal . De Belgische fiscus heeft een uitgebreid arsenaal aan administratieve sancties waaruit hij kan putten om overtredingen te bestraffen. Naast boetes zijn er ook belastingverhogingen mogelijk. Vaak worden beide gecombineerd. Maar zoals hiervoor al werd vermeld is het onderscheid tussen een administratieve sanctie en een strafrechtelijke sanctie niet relevant voor het EVRM. Er moet enkel gekeken worden naar de ernst van de sanctie. Op basis van dat principe concludeerde het Hof van Cassatie onlangs dat ook twee administratieve sancties onder het non bis in idem-beginsel kunnen vallen. In het betrokken geval werd een aangifte laattijdig ingediend. Laattijdige aangiften worden gesanctioneerd met een administratieve boete. Maar sinds 2017 kan de belastingplichtige voor een laattijdige aangifte ook een belastingverhoging krijgen, bovenop de boete. In zijn arrest volgt het Hof van Cassatie gewoon de EVRM-regels: het gaat hier om twee sancties voor eenzelfde feit. Dat kan alleen maar als de twee sancties nauw met elkaar verbonden zijn én ze een complementair doel nastreven. Dat was volgens het Hof van Cassatie niet het geval, waardoor één van de twee sancties onterecht werd toegepast. Wat nu? . In dit dossier was het redelijk duidelijk dat er geen sprake was van complementariteit, maar dat er gewoon twee sancties werden toegepast voor één en hetzelfde feit, namelijk het laattijdig indienen van de aangifte. Als de fiscus een gewone boete én een belastingverhoging tegelijk wil toepassen, zal hij dus moeten aantonen dat de boete en de belastingverhoging een verschillend doel nastreven. Het arrest van het Hof van Cassatie heeft echter ook niet meer draagwijdte dan dát. Het is dus niet zo dat overtredingen op de fiscale wetgeving nu per definitie alleen nog gesanctioneerd kunnen worden met ofwel een boete, ofwel een belastingverhoging. Maar het is wel een waarschuwing voor de fiscus dat boetes en belastingverhogingen die samen toegepast worden niet tot een disproportionele sanctionering mogen leiden. 

Lees meer

Onze gemotiveerde medewerkers

Werken bij ABM Accountants?

ABM is voortdurend op zoek naar boekhoudkundig en fiscaal talent.