Hoe kunnen we uw bedrijf helpen groeien?

Voor gefundeerd bedrijfseconomisch advies en fiscale expertise. Dat is waar we uw bedrijf mee helpen groeien. Van start tot overdracht. 

Accountancy

ACCOUNTANCY

Uw accountant is in de eerste plaats een vertrouwenspersoon. De informatie die u hem of haar toevertrouwt is immers per definitie confidentieel.

Fiscaliteit

FISCALITEIT

De basisopdracht van uw belastingconsulent is om u doorheen het bos van fiscale maatregelen de bomen te laten zien.

Juridisch

JURIDISCH

Vanuit zijn breed perspectief en ruime ervaring in diverse ondernemingen en sectoren is uw accountant een dankbaar klankbord.

Trapwijs gestapelde blokken

ABM versterkt uw groei

Voor gefundeerd bedrijfseconomisch advies en fiscale expertise. Dat is waar we uw bedrijf mee helpen groeien. Van start tot overdracht. En dat is precies waarin we voor meer dan 90% van onze klanten echt het verschil maken. Als accountants en belastingconsulenten, maar meer nog als een partner die zich inleeft in uw verhaal, die inzichten met u deelt en die u helpt om de juiste beslissingen te nemen.

Quick access

Collega's ABM Accountants
Tekstbalonnen

VERTEL ONS UW VERHAAL

Want vertellen alleen al brengt nieuwe inzichten. Automatisch. En daar pikken wij graag op in. Maak een afspraak.

Team ABM
Blad papier en balpen

UW DOSSIER BIJ ABM

ABM stelt u al uw documenten 24/7 ter beschikking in een overzichtelijk dossier. Klik hier om in te loggen.

Collega's ABM Accountants
Zoekfunctie

SNEL OPZOEKEN

Snel een BTW-nummer opzoeken, een loonberekening maken of bedrijfsinformatie raadplegen?

Testimonials

Nieuws

ABM logo tekst

De beperkte aansprakelijkheid van de werknemer

30.11.2022

Werknemers zijn in principe niet aansprakelijk voor de schade die ze in de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst toebrengen aan de werkgever of aan derden. Het is slechts in uitzonderlijke situaties dat zij toch aansprakelijk gesteld worden. Wie het potje breekt... . In principe is iedereen die schade veroorzaakt aan een ander, verplicht die schade te vergoeden. Daartoe moeten 3 voorwaarden vervuld zijn: er is een fout, er is een schade en er is een oorzakelijk verband tussen beide. Dit basisprincipe uit ons Burgerlijk Wetboek wordt voor wat de werknemers betreft deels buiten werking gesteld door de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978. Artikel 18 van die wet stelt het volgende: Ingeval de werknemer bij de uitvoering van zijn overeenkomst de werkgever of derden schade berokkent, is hij enkel aansprakelijk voor zijn bedrog en zijn zware schuld. Voor lichte schuld is hij enkel aansprakelijk als die bij hem eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt. Dus als er geen sprake is van bedrog, van zware fout of van een gewoonlijke lichte fout, is de werknemer niet aansprakelijk voor de schade die hij veroorzaakt. Wanneer wel aansprakelijk?. Anderzijds is de werknemer wel aansprakelijk voor de fouten die hij opzettelijk veroorzaakt. Een typisch voorbeeld is dat van de werknemer die schade toebrengt aan de activa van de werkgever omdat hij geen bonus kreeg en anderen wel. Ook diefstal valt hieronder. De werknemer is ook aansprakelijk voor zware fouten. Hier is geen sprake van een opzettelijke fout of een fout met het oogmerk om schade te veroorzaken, maar eerder van een gedraging waarvan de werknemer had kunnen weten dat er schade zou uit voortvloeien. In zo’n geval zal de rechter veel meer rekening houden met bepaalde omstandigheden die eventueel als verzachtende omstandigheden aanvaard kunnen worden. Een typisch voorbeeld van zo’n verzachtende omstandigheid is de werkdruk. Ook het gebrek aan ervaring werd door rechtspraak al als excuus aanvaard, waardoor de fout van de werknemer niet beschouwd werd als een zware fout. Ten slotte kan de werknemer ook aansprakelijk gesteld worden voor een lichte fout als hij die fout telkens opnieuw maakt. Rechters aanvaarden dat als een werknemer steeds weer een tekort heeft in de kassa, hij de schade moet vergoeden. Bij de uitvoering van zijn overeenkomst. De beperkte aansprakelijkheid van de werknemer speelt enkel indien “de schade door fout” zich heeft voorgedaan binnen het kader van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.Als de werknemer op de parking van het bedrijf met zijn wagen tegen die van de baas botst, speelt er uiteraard geen arbeidsrelatie en is er een schadevergoeding verschuldigd volgens de gebruikelijke burgerrechtelijke regels. Let op: de regeling inzake de foutaansprakelijkheid van de werknemer staat los van de mogelijkheden van de werkgever om de werknemer te ontslaan. Uiteraard mag men verwachten dat de werkgever voldoende redenen heeft om de werknemer te ontslaan als vast komt te staan dat hij bijvoorbeeld bedrog heeft gepleegd.Maar fout en ontslag staan, strikt juridisch gezien, los van elkaar. Stel dat een werknemer betrapt wordt op het stelen van enkele pakken papier, dan kan de werkgever de werknemer vragen om die pakken papier terug te betalen, maar de kans dat dit zal leiden tot een ontslag om dringende redenen is eerder klein. Schadevergoeding. Als vast staat dat de werknemer aansprakelijk is, dan is er nog de vraag van de schadevergoeding.Uiteraard moet de werkgever aantonen hoe groot de schade is. Vervolgens mag de werkgever het bedrag van de schade aftrekken van het loon dat nog moet uitgekeerd worden. Artikel 23 van de Loonbeschermingswet bevat echter enkele beperkingen. Dat artikel bepaalt welke sommen afgetrokken mogen worden van het loon van de werknemer vóór het effectief wordt uitgekeerd. Het gaat om belastingschulden, bepaalde geldboetes, … en ook om de schadevergoedingen wegens bedrog, zware of gewoonlijk voorkomende lichte fout. Het totaal van die toegelaten inhoudingen mag echter niet meer bedragen dan 1/5e van het verschuldigde loon in speciën, na aftrek van de belasting- en RSZ-schulden. Er bestaan twee uitzonderingen op die beperking tot 1/5e: als de werknemer bedrog heeft gepleegd; of als de werknemer nog schadevergoedingen moet betalen en hij vóór de afrekening van die schadeloosstellingen vrijwillig zijn dienstbetrekking heeft beëindigd. In de praktijk is de werknemer slechts zelden aansprakelijk voor de fouten die hij maakt, ongeacht de omvang van de schade die werd veroorzaakt. Maar als de werknemer het écht te bont maakt, dan kan de werkgever wel een schadevergoeding vorderen. Omdat ook het loon van de werknemer beschermd is, is de inning van die vergoeding echter een moeilijke klus.

Lees meer
ABM logo tekst

(Geen) investeringsaftrek voor verhuurde goederen

28.11.2022

De investeringsaftrek is een fiscale aftrek die u als ondernemer ontvangt wanneer u investeert in beroepsmatige activa. Als u die activa ter beschikking stelt van derden, krijgt u die investeringsaftrek niet. Er zijn enkele uitzonderingen. Maar wat als u activa heeft die slechts gedeeltelijk onder een uitzondering vallen? Gebruik afgestaan aan derden. Als u investeert in vaste activa, kan u een investeringsaftrek genieten. Standaard bedraagt die 8%, maar er zijn heel wat situaties waarin een verhoogde investeringsaftrek geldt. Eén van de voorwaarden die u moet naleven, is dat u het activum zelf moet gebruiken. Als u het gebruik afstaat aan een derde, is een investeringsaftrek in principe niet mogelijk.  Waarom verliest u dan de aftrek? . Wel, de investeringsaftrek is niet voor iedereen mogelijk. Zo zijn grotere ondernemingen uitgesloten van de aftrek. Een grote onderneming zou dus in de verleiding kunnen komen in investeringen in bijvoorbeeld machines, gebouwen, … niet zelf te doen, maar die te laten uitvoeren door een kleine vennootschap, die dan wél recht heeft op investeringsaftrek, en dat goed vervolgens te huren. Als de kleine vennootschap dan de aftrekbare investeringsaftrek doorrekent aan de grote vennootschap, geniet die laatste onrechtstreeks wél een investeringsaftrek. Het aftrekverbod geldt niet wanneer de onderneming die de goederen gebruikt, de goederen zelf moet opnemen in haar activa. Dat is met name het geval als er geen gewone verhuring plaats vindt, maar een leasing, erfpacht of opstal. Het activum staat dan boekhoudkundig bij de afnemer, en niet bij de eigenaar. Ook dan heeft de eigenaar geen recht op investeringsaftrek, gewoon omdat er geen investering wordt geboekt. Er is nog enige tijd discussie geweest over het geval waarbij een ondernemer enkel verhuurt aan particulieren en slechts zeer sporadisch aan professionelen (denk aan de verhuur van tenten of springkastelen). Maar rechtspraak past de wet strikt toe, zodat ook die verhuurmaatschappijen uitgesloten zijn van de investeringsaftrek voor de activa die ze verhuren. Uitzondering. Buiten een bijzonder geval van overdracht van distributierechten op audiovisuele werken is er echter één belangrijke uitzondering op de uitsluiting van de investeringsaftrek: als het gebruik van het goed wordt overgedragen aan een natuurlijke persoon of vennootschap, die zelf ook recht heeft op minstens een even grote investeringsaftrek.  Bijkomend moeten de activa in België gebruikt worden en mag de afnemer het gebruik zelf ook niet overdragen. Een halve uitzondering? . Wat nu met een investering die slechts deel onder de bovenstaande uitzondering valt? In een parlementaire vraag geeft Benoît Piedboeuf het volgende voorbeeld. Vennootschap A is eigenaar van een bedrijventerrein en verstrekt meerdere diensten aan vier bedrijven die op het bedrijventerrein gevestigd zijn. A koopt onder meer een stapelaar, die ter beschikking wordt gesteld van de 4 bedrijven. Drie van de vier bedrijven zouden zelf ook investeringsaftrek genoten hebben als ze de stapelaar zelf hadden gekocht. Voor die drie zou de uitzondering dus kunnen gelden: A zou de investeringsaftrek kunnen genieten, niettegenstaande de stapelaar verhuurd wordt.Maar de vierde huurder voldoet niet aan de voorwaarden voor de investeringsaftrek.Kan A dan voor drie vierde van de waarde van die investering gebruikmaken van de investeringsaftrek?   Alles of niets . De minister ziet dat niet zitten. Volgens hem volstaat het dat de overdracht gedeeltelijk gebeurt aan een belastingplichtige die niet aan de voorwaarden, criteria en grenzen voor de toepassing van de investeringsaftrek, tegen eenzelfde of hoger percentage, voldoet, om het recht op investeringsaftrek integraal te verliezen. In het voorbeeld van Kamerlid Piedboeuf is de investeringsaftrek dus niet van toepassing, en dit voor de totaliteit van het vaste actief.

Lees meer
ABM logo tekst

Zaterdag is geen werkdag

22.11.2022

Voor de berekening van de termijnen, zoals verjaringstermijnen, bezwaartermijnen of contractuele termijnen is het van belang dat u weet welke dagen meetellen, en welke niet. Het nieuwe Burgerlijk Wetboek (nieuw BW) heeft daar een apart wetsartikeltje voor en dat artikel zegt nu uitdrukkelijk dat zaterdagen géén werkdagen meer zijn. Termijnen. In de meeste gevallen worden termijnen uitgedrukt in maanden of jaren. Bijvoorbeeld voor een bezwaar inzake uw inkomstenbelastingen heeft u 6 maanden de tijd. Als die termijn bijvoorbeeld begint te lopen op 15 januari, dan heeft u tijd tot 15 juli – dus tot en met 14 juli – om een bezwaar in te dienen (wat niet wil zeggen dat u kan wachten tot die datum, want op 15 juli moet het bezwaar wel degelijk ontvangen zijn door de fiscus). In contracten wordt wel eens met business days gewerkt. Dan staat er bijvoorbeeld dat de partijen elkaar 30 business days geven om bepaalde formaliteiten te regelen. Business days zijn dan alle kalenderdagen, behalve de zaterdagen, zondagen en feestdagen. In internationale situaties is dat soms ingewikkeld, omdat de feestdagen er niet dezelfde zijn als bij ons. Verplichte zondagsrust… geen verplichte zaterdagrust. In het Belgische arbeidsrecht wordt zowel met kalenderdagen (zater-, zon- en feestdagen tellen mee), als met werkdagen gewerkt, maar de wet zegt nergens duidelijk welke dagen precies werkdagen zijn en of de zaterdag al dan niet een werkdag is.  Wat vast staat is dat er een verbod bestaat op zondagswerk. En als zondagswerk toch toegelaten is – denken we maar aan de amusementssector of de detailhandel – dan staat daar een verhoogd loon tegenover. De zaterdag zal meestal niet als een werkdag beschouwd worden, maar dat is dan op basis van sectoriële afspraken. Wettelijk gezien bestond er tot nu geen regel die de zaterdag als een niet-werkdag bestempelt. Het nieuwe burgerlijke recht. Op 1 juli 2022 werd het nieuwe boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gepubliceerd. Het is van toepassing vanaf 1 januari 2023. En volgens artikel 1.7, §3 van dat boek 1 zijn de werkdagen alle ándere dagen dan de wettelijke feestdagen, zondagen en zaterdagen. Berekening van de (opzeg-)termijnen. Het arbeidsrecht bevat geen bijzondere bepalingen voor de berekening van de termijnen in werkdagen. Rechtspraak was steeds van oordeel dat enkel zondagen en wettelijke feestdagen geen werkdagen waren. Zaterdagen wel. Het nieuwe artikel 1.7, §3 zorgt er dus voor dat vanaf 1 januari 2023 een zaterdag geen werkdag meer is voor de berekening van enkele termijnen. De nieuwe regel heeft meer bepaald een impact op de berekening van de opzegtermijnen en meer bepaald:  de termijn van 3 dagen voor de kennisgeving van een ontslag om dringende redenen, de termijn van ontslag om dringende redenen, en de uitwerking van een opzeggingsbrief die per aangetekend schrijven wordt verstuurd. Wat de eerste twee termijnen betreft: voor een ontslag om dringende redenen en de kennisgeving van die redenen, heeft een werkgever slechts 3 werkdagen de tijd. Door een zaterdag niet langer als een werkdag te beschouwen, heeft de werkgever dus eigenlijk een extra dag. Stel dat de reden voor het dringende ontslag zich voordoet op een vrijdag, dan startte de 3-dagentermijn tot nu op zaterdag. Nu start die pas op maandag. Maar er is ook een keerzijde aan: een ontslagbrief die aangetekend werd verzonden, heeft in principe uitwerking vanaf de volgende werkdag. Tot nu volstond het dat de brief op woensdag werd verzonden om op maandag in te gaan. De brief werd dan geacht op zaterdag toe te komen, zodat het ontslag op maandag inging. Nu de zaterdag geen werkdag meer is, zal een aangetekende zending die op woensdag werd verzonden, geacht worden op maandag te zijn toegekomen en op dinsdag in te gaan. Dat is dus een dag te laat wanneer men het ontslag wou laten ingaan op de eerstvolgende maandag. Werkgevers die een ontslag willen laten ingaan op de eerste werkdag van de volgende week, zullen hun ontslagbrief voortaan ten laatste op dinsdag moeten verzenden. Uiteraard op voorwaarde dat geen feestdagen in die week vallen, waardoor de termijn automatisch opgeschort wordt.

Lees meer

Onze gemotiveerde medewerkers

Werken bij ABM Accountants?

ABM is voortdurend op zoek naar boekhoudkundig en fiscaal talent.